woensdag, april 05, 2017

Column De Schuurshow

Werd gevraagd een column over Haarlem te schrijven voor De Schuurshow van 26 maart jl.

Voor anker


Waar mijn buren ieder voorjaar klagen over meeuwenoverlast, hoor ik de zee die roept en weet waar ik mijn huis heb staan, in een smalle straat, dicht bij de kust waarvan ik ben gaan houden sinds ik twaalf jaar terug verhuisde uit de stad der steden: Amsterdam. Het viel me zwaar de Amstel te verruilen voor het Spaarne maar ik voelde dat het stroomde: het bracht een dijkdoorbraak in mijn gedichten, maakte de mens in mijn gedachten, vond de liefde, vond de dood en de liefde na de dood. Ik kan er wortelen zonder te aarden, leerde de stad te missen als ik elders in de wereld ben, u moet weten, ik reis de wereld over en ken geen grenzen aan de woorden die ik schrijf. Ik ga waar ik sta en sta voor iets groters dan de stenen van een stad. Ik kreeg verwijten niet te schrijven over Haarlem, niet mee te doen en nooit mijn hoofd te delen bij de dorpspomp op het plein. Ik ben geen mens om te beheren, te conserveren of zelfs eren. Ik ben de mens ertussen, niet te sussen, paaien en of kussen. Ik weet het is soms lastig om ketter in bisdom Bomans te zijn, Brel te verkiezen boven Nijgh en Reve tot keizer te kronen, niet te knielen voor wat gangbaar was maar is. Ik ken mijn klassiekers, begrijp me niet verkeerd, ook ik leerde mijn woorden te wegen langs gebaande paden maar ik bewonder helden die nog ademhalen, noem ze John, Josh, Bas en Sylvia. Koop hun bundels, maak ze rijk want Haarlem heeft ze nodig. Er schuilt iets donkers in het leven en het medicijn heet poëzie. De kwaal? De blanke bubbel waarin we leven, huisje, boompje, beestje, bakfiets, alles is zoals het was en alleen de huizenprijzen stijgen als in Amsterdam, een stad die stikt en zwicht onder het gewicht van rolkofferterreur, Nutella-winkels, conceptstores en investeerders. Valt het zogenaamde recht op geluk te meten aan de meters die we absorberen? Waarin we heer en meester spelen, de lakens toebedelen als we amen zeggen, de bourgeoisie omarmen? Haarlem, de wind van zee gebiedt een eigen koers te zetten, een horizon te slechten, achterland Amsterdam tot stip te trekken. Ik loste de trossen toen ik wegtrok en de duinen, de Bavo en het gezang van meeuwen als beschermers tot me nam, destinatie Haarlem tot eiland maakte. Waar ik nooit gedichten over schreef omdat ik was wat ik moest zijn: oud als de dag dat ik arriveerde, verwaait en taai als de meters dikke eiken in De Hout. Ik vaar er wel bij lieve mensen te schrijven wat ik word, te leven wat ik worden wil: een wereldburger van mijn eigen fantasie, voor anker in Klein Heiligland, op doorreis naar god weet wat of wie.