vrijdag, september 05, 2014

I.M. Gerrit Kouwenaar

Toen ik in 2002 afstudeerde aan de vakgroep Amerikanistiek/Geschiedenis met een vergelijkende studie tussen de Beat Generation en De Vijftigers raakte ik vrijwel direct gefascineerd door het werk van Gerrit Kouwenaar. Ook het werk van Lucebert sprak en spreekt mij nog steeds erg aan, maar Kouwenaar was voor mij een groter enigma dan Lucebert. Een tijdje terug vroeg Daniel Dee mij of ik een gedicht voor de bloemlezing Meesterwerk wilde schrijven. Ik aarzelde geen moment en besloot een gedicht te schrijven voor Gerrit Kouwenaar en nam als uitgangspunt zijn geweldige gedicht: De dag.

De dag

Op de dag dat ik er was stonden de klokken zeven
de buren praatten op de balkons over vrede
mijn vader schreef een stuk over een brand
mijn moeder was gelukkig dat zij een zoon had

de ooms sneden koek ik lag geheel gesloten
de wereld gaf prompt antwoord met sportmanifestaties
de avond was vol auto’s met supporters
de tantes liepen geruisloos met gloeiend water

de krantenman op zijn racefiets groette de dokter
de ogen van de stad stonden wijd open in de avondzon
omdat ik er was in een kom van asfalt
omdat ik er was speelde het orgel gedempt in de verte

in de nacht kwam mijn vader met een jas vol brandgeur
hij liep op gummibottines de trap op en af
hij heeft op het balkon een cigarillo gerookt
hij dronk een glas wijn en dacht ik kan zweven.

Gerrit Kouwenaar



De dag
Voor Gerrit Kouwenaar

Rond enen de steel van de pan gedraaid
de inhoud geleegd 
de bloeiende zon gekoeld

Binnen rookt de familie bijkans Spaanse waar 
Een scherts neemt de houding 
van blussende brandweermannen aan

Aan hun lichte voeten 
kousenvoeten

Heeft vader zoon geheiligd 
met het doel de dag vol te lopen?

Horen we onder de balkons spreekkoren 
en huiveren we 
we horen spreekkoren?

We leggen verantwoording af aan de stad 
De stad is dik van middaglome mensen

We branden onze handen en we schuilen 
netzo lang totdat vader ziek van rook is

Het stuk beschrijft waarin ik zoek raak 
blaren stukbreek en braak

Lucas Hirsch