zondag, december 01, 2013

The Giant Tiger Hooch in boeken



Ik geef het toe. Ik ben niet onbevooroordeeld als ik zeg dat The Giant Tiger Hooch een geweldige band is een fijne plaat heeft afgeleverd met ’76. Frontman Jeroen Ligter en ik kennen elkaar al meer dan 25 jaar. We kennen elkaar uit de skateboard-scene van de late jaren ’80 en zijn sindsdien vrienden. Toen Jeroen en ik aan het einde van onze studententijd/begin werken aan de Amstel woonden (2003) hebben we vele uren gepraat over muziek, films en boeken. Jeroen liet me muziek horen die ik niet kende (The Killers, The National, Death Cab for Cutie, Bon Iver, Iron & Wine, etc.), en ik liet hem boeken lezen die hij niet kende (The Electric Kool-Aid Acid test, Fear and Loathing in Las Vegas, Howl, On the Road, etc.).

Jeroen wilde geen bullshit-boeken en ik geen bullshit-muziek. Dit was ook de tijd dat Jeroen de wens uitsprak een band te willen beginnen. Ik sprak de wens uit dichter te willen worden en we besloten dat dat maar gewoon moest gebeuren. Zo gezegd, zo gedaan. In 2005 tekende ik mijn contract bij De Arbeiderspers en Jeroen speelde in een aantal bandjes die redelijk succesvol waren. Maar Jeroen wilde meer, of beter gezegd, hij wilde het anders doen. Hij wilde een band beginnen die rauwe punk blues speelde zonder te veel toeters of bellen. Geen hip gelul, maar pats op je koker!

In 2011 richtte Jeroen samen met Simon, Jorrit en Aden The Giant Tiger Hooch op en ik zag ze voor het eerst spelen in een kroeg op de Zeedijk. Het rammelde aan alle kanten, maar de muziek was concessie loos. Recht voor z’n raap, rauw, dwingend, snerpend en de band leek er zowaar lol in te hebben.

Op het moment dat The Giant Tiger Hooch aan zijn opmars begon, was ik bezig met het schrijven van mijn dichtbundel Dolhuis (mijn derde bundel). Ook ik wilde iets maken dat rauw was, concessie-loos en de nummers van The Giant Tiger Hooch hielpen mij om uit m’n schulp te kruipen en te maken wat IK wilde maken. Al snel ontstond het idee om samen met dichter John Schoorl en The Hooch op te treden. Zo nu en dan waren John en ik het voorprogramma van The Hooch en we noemden het; The Hooch Poetry & Blues Tour.

Maar waarom? Zie ik u denken. Nou, omdat we er zin in hadden en omdat het kon, daarom, is mijn antwoord aan u. Het bracht mij op plekken in het land waar normaliter geen dichters optreden. Ik dacht dat het onmogelijk was om voor een ‘muziekpubliek’ gedichten voor te dragen die ik  later in Dolhuis zou opnemen. Niets is minder waar. Ik heb zelden leuker publiek meegemaakt. Dolhuis is mede tot stand gekomen door de reactie van het publiek. Ik wist dat ik een bundel wilde schrijven voor een publiek waarvan ik dacht dat het normaliter nooit gedichten leest. Maar dat is een ander verhaal.

Ik probeer hier een keutel te leggen over de plaat van The Giant Tiger Hooch en ik durf te zeggen dat de muziek die Jeroen mij jaren lang voedde van grote invloed is geweest op mijn schrijfwerk. Ik heb de ijdele hoop dat de boeken die ik Jeroen gaf ook bijgedragen hebben aan de muziek die The Hooch maakt. Enfin, als ik de muziek van The Giant Tiger Hooch in boeken zou moeten uitdrukken dan kom ik op het volgende lijstje:

·      Hell’s Angels
·      Fear and Loathing in Las Vegas
·      On the Road
·      Walk on the Wild Side
·      Howl
·      The Electric Kool-Aid Acid Test
·      Last Exit to Brooklyn

Ik ben geen muziekkenner, dus ik weet niet of ik met dit lijstje – dat veel langer zou kunnen zijn – de band recht doe. Geef toe, het is een fijn lijstje, dus als u van non nonsens en bullshit-vrije bluespunk houdt, ga dan die plaat kopen. Zo niet, krijg dan maar het zuur, zou de band zeggen en ze hebben gelijk. Het loont om je eigen weg te gaan en het resultaat mag er zijn....