woensdag, mei 09, 2012

De zoon van de broer van Andy

Toen we een aantal weken geleden op tour waren in Pittsburgh kwam John er achter dat de broer en de zoon van de broer van Andy Warhol in de buurt een scrap heap runden. John ging er met fotograaf An-Sofie Kesteleyn heen en maakte de volgende reportage, voor de foto's, koop de VK!!



8 mei 2012 dinsdag



Dank je, oom Andy Beeldende kunst; Reportage oud-ijzerhandelaar met een warhol aan de muur



Door John Schoorl



De familie Warhola gaat de dubbele Marilyn Monroe verkopen die ze ooit van Andy Warhol cadeau kreeg. Wat ze er ook mee verdienen, de Warhola's blijven trouw aan de oudijzerbranche. 'Oom Andy was echt een goeie kerel en een geboren kunstenaar.' Door John Schoorl Foto's An-Sofie Kesteleyn



Er gaat een grijper de bak oud ijzer in, op het terrein van Paul Warhola scrap metal, en voor de deur remt een auto uit het jaar deuk met piepende banden. De achterbak gaat open en op een holletje worden afgezaagde waterleidingen naar het kantoor gebracht, gevolgd door verrotte ijzeren bakken.



Daar zit niet de broer van Andy Warhol, maar zijn neef Marty, zoon van Paul Warhola. Zijn vader, 90 jaar en de enige nog levende broer van de legendarische popart-kunstenaar, heeft zich al een tijdje teruggetrokken, een paar kilometer verderop van deze plek in Pittsburgh. Andy's broer andere broer John overleed vorig jaar.



Marty's wang is opgezet van de pruimtabak en regelmatig spuugt hij een kwat bruinsel in een colaflesje. Zijn kantoor is een bevuilde ode aan zijn oom, vol afbeeldingen uit de Amerikaanse cultuur, zoals een geschilderd portret van Clint Eastwood als de outlaw Josey Wales.



Gebarsten ramen zijn afgezet met bordkarton en de televisie staat aanhoudend op klassieke politieseries uit de jaren zeventig. Aan de buitenkant van het kantoor zijn pin-ups geschilderd en aan de muren hangen bevlekte interpretaties van Warhols Marilyn Monroe-zeefdrukken.



Een oude lichtreclame zegt het allemaal: wow!



Oom Andy vertrok in 1949 uit Pittsburgh, en liet in zijn nieuwe woonplaats, New York, de a vallen. De Warhola's, van Slowaakse origine, bleven in Pennsylvania achter. Zijn broer Paul ging eerst als vertegenwoordiger van deur tot deur, waarbij in het begin Andy nog een handje hielp, daarna bleek de oudijzerbranche een loopbaan voor hem in het verschiet te hebben.



Alles leek van waarde te zijn, bij de Warhola's. Weggooien was voor de gekken en krankzinnigen. De tuin lag altijd vol ouwe zooi en op de werkplaats, op de hoek van de Pennsylvania Avenue en de Brighton Road, het hoofdkantoor van de Warhola's, is nog steeds geen hoekje onbezet.



Een broer van Marty trad in het voetspoor van zijn oom. Deze James zag zijn oom tekenen en hoorde hem duidelijk maken dat kunst geen grenzen kent en dat net als in het oud ijzer alles te hergebruiken is, om te beginnen een blikje Campbell's Soup.



Wat er is, kan er altijd nog een keer zijn, in een andere hoedanigheid.



Met het hele gezin gingen ze in de jaren zestig naar New York, op bezoek bij oom Andy, en bij oma Bubba, die bij hem inwoonde. James, illustrator van tientallen kinderboeken, publiceerde hierover in 2003 het prachtige boek Uncle Andy's a faabbulous visit with Andy Warhol.



Daar stonden ze ineens voor de deur, de ouders met de zeven kinderen, voor het uptown-huis van de hipste kunstenaar van dat moment, avant-gardefilmmaker en muziekproducent. Vader Paul in een gore tuinbroek en de kinderen holden rond in een huis met all sorts of neat things: ouwe reclameborden, potten en pannen, soepblikken en kermisattributen.



Er woonden 25 katten bij Andy die allemaal Sam heetten.



Als welkomstgeschenk nam Paul altijd iets uit zijn oud-ijzerverzameling mee, zoals een reusachtige magneet. Andy Warhol liet vervolgens zien wat hij weer voor nieuws had gevonden, eveneens uit het oud ijzer-universum: een oude gesmolten auto, nog in de bestaande kleuren van een fantaaaaasssstisssche artiest. De kunstenaar maakte geen enkele indruk op zijn oudere broer: zoiets had hij thuis al jaren in de tuin liggen.



Bron van groot vermaak was de keer dat één van de kinderen iets te vroeg de slaapkamer van oom Andy binnenliep. Daar lag hij, maar zonder zijn sprieterige zilverkleurige haarstukje. Hij gilde het uit, dat hij zo gezien werd. Wat maakte het allemaal uit, zeiden de Warhola's, alle Warhola's zijn kaal. Nadien stuurde Andy zijn oude haarstukjes naar Pittsburgh op, leuk voor de verkleedkist.



Een oude pick-uptruck stopt voor de deur van Paul Warhola scrap metal. Een bijzondere verzameling ouwe goudkleurige lampen verwisselt van eigenaar. Marty staat op en gaat weer zitten. Oom Andy was echt een goeie kerel, en een geboren kunstenaar, zegt hij. Hij is trots dat de Warhola's zo'n grote kunstenaar hebben voortgebracht.



Andy Warhol had alleen die a niet moeten laten vallen, zegt hij. Wij Warhola's zijn trots op die a. Warhola klinkt toch beter dan Warhol.



Ken je trouwens dat verhaal van die kippen? Marty pakt twee kippenpoten van de plank, met nog zichtbare verfsporen. Zijn vader dacht twintig jaar geleden dat hij ook een kunstenaar in zich had. Hij spreidde grote witte vellen uit over de vloer, en liet daar zijn kippen, met in de verf gedoopte poten, overheen lopen.



Het was een grap, zegt Marty, die bij het lachen bijna zijn pruim verliest. Zijn vader was een echte rommelaar, die alles deed om een centje binnen te halen.



Alleen die twee kippenpoten heeft hij nog over van vaders commerciële, kunsthistorische aspiraties.



Marty werkt sinds zijn geboorte in het oud ijzer, net als zijn broer George die verderop in Pittsburgh zijn zaak heeft. Marty heeft twee man personeel, waarvan er eentje op de grijper zit en de ander lopende zaken afhandelt, en die heet Chuck.



Chuck is 27 en houdt van het glimmende van aluminium. Het piepende gekras dat de hele dag op de werkplaats te horen is, gaat aan hem voorbij. Marty is een fantastische gast, van wie hij veel leert, zegt Chuck. Hij leert hem nu over de religieuze geschiedenis van Israël en tussen de werkzaamheden door lezen ze samen een boek hierover.



Dat hij voor Warhola werkt, heeft voor hem geen speciale betekenis. Hij had nog nooit van Andy Warhol gehoord. Maar weet je wat?, zegt Chuck. Nu gaat hij elke dag met de bus langs het Andy Warhol-museum in Pittsburgh, dus vergeet hij niet zo snel meer wie en wat hij was, al heeft hij zijn kunstwerken nog nooit van dichtbij gezien.



Onlangs werd bekend dat de zeven kinderen van Paul en zijn vrouw Anne Warhola een gesigneerd kunstwerk, die ze van hun oom hebben gekregen, collectief willen gaan verkopen. James laat per e-mail weten dat ze een unieke dubbele Marilyn Monroe van de hand willen doen, eentje die Andy aan zijn broer schonk, die al vijftig jaar in de familie is, en boven de bank hangt in het ouderlijk huis.



De opbrengst willen ze gebruiken om schulden af te betalen, opgelopen tijdens de crisis, en er gaat een deel naar de educatie-afdeling van het Andy Warhol-museum. In juni zal dit kunstwerk in Londen worden geveild en de verwachting is dat dit miljoenen dollars zal opleveren.



Marty wil daarover niet fantaseren. Hij zit hier lekker in zijn hok, en gaat nooit meer weg. Hij is trouwens ook een beetje een kunstenaar. Hij overhandigt een rol papier, zilverkleurig, met daarop een afbeelding van George Washington gedrukt.



Gesigneerd door Marty Warhola, zegt hij, en spuugt nog maar een keer in zijn cola-flesje.



John Schoorl