donderdag, november 04, 2010

Wraking

Vorige week stond er een heel fijn artikel in De Volkskrant over het "Wilders wrakinsgverzoek debakel" Dit artikel is mede geschreven door vriend en advocaat Derk Wiersum. We kennen elkaar al meer dan twintig jaar en heb altijd al het idee gehad dat het een slimme jongen was. Ik ben super trots op zijn benedenstaande artikel!

De Volkskrant

27 oktober 2010 woensdag

Rechtbank had wrakingsverzoek Wilders niet hoeven in te willigen

Auteurs Jeroen Soeteman & Derk Wiersum

SECTION: OPINIE EN DEBAT; Blz. 16

Het uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek om een getuige te horen, is dat een getuige die is meegebracht naar de zitting in beginsel wordt gehoord ('verdedigingsbelang'). Indien de getuige niet is meegebracht naar de zitting, wordt deze slechts gehoord indien dat voor de strafzaak noodzakelijk is. Dat laatste is een veel zwaardere toets, waardoor de rechtbank meer ruimte heeft een dergelijk verzoek af te wijzen.

De wrakingskamer van de rechtbank Amsterdam heeft de wraking van de 'Wildersrechtbank' toegewezen omdat de rechtbank het verzoek om de getuige Hans Jansen te horen 'in strijd met de geldende jurisprudentie' heeft afgewezen . De rechtbank wees het verzoek af omdat het horen niet noodzakelijk was. Volgens de wrakingskamer heeft de rechtbank bij de beoordeling van dat verzoek het verkeerde criterium toegepast, namelijk de noodzakelijkheid in plaats van het verdedigingsbelang.

De wrakingskamer verwijst ter onderbouwing daarvan naar een arrest van de Hoge Raad van 1 april 2008 . In dat arrest is bepaald dat een door de verdediging meegebrachte getuige ter zitting moet worden gehoord, tenzij dat ten koste gaat van de gezondheid van die getuige of niet ten koste gaat van de verdedigingsrechten van de verdachte.

De wrakingskamer overweegt dat onder een meegebrachte getuige 'ook moet worden verstaan een getuige die ter terechtzitting anderszins aanwezig was'. Dit laatste is van belang, omdat Wilders en zijn raadsman de arabist Hans Jansen kennelijk niet zelf hadden meegenomen naar de zitting. Jansen was daar uit anderen hoofde, namelijk als toeschouwer, aanwezig .

Na het arrest van 1 april 2008 heeft de Hoge Raad op 2 december 2008 een nieuw arrest over deze materie gewezen. Hierin was sprake van een verzoek om een aanwezige medeverdachte op de zitting als getuige te horen. Het gerechtshof wees dit verzoek af omdat het 'niet noodzakelijk' was: hetzelfde afwijzingscriterium als gebruikt door de Wildersrechtbank. In cassatie werd gesteld dat het gerechtshof het verkeerde criterium had toegepast omdat voor de uit anderen hoofde aanwezige getuige (annex medeverdachte) het verzoek alleen had mogen worden afgewezen op basis van - kort gezegd - de gezondheid of het ontbreken van verdedigingsbelang, waarbij ter onderbouwing van dit standpunt expliciet werd verwezen naar het arrest van de Hoge Raad van 1 april 2008. De Hoge Raad oordeelde daarop dat de uit anderen hoofde aanwezige verdachte niet als een 'verschenen' getuige kan worden beschouwd en dat het cassatiemiddel faalde.

Hieruit volgt zonder twijfel dat nu Hans Jansen uit anderen hoofde aanwezig was op de zitting, het verzoek om hem te horen kon worden afgewezen omdat dat niet noodzakelijk was. De rechtbank hanteerde dus wel het juiste criterium en de wraking had moeten worden afgewezen.

Het standpunt van de wrakingskamer dat onder een meegebrachte getuige tevens een anderszins aanwezige getuige dient te worden verstaan, is dan ook juridisch onjuist. Daardoor is de beslissing van de wrakingskamer juridisch niet houdbaar. Het probleem is echter dat tegen een wrakingsbeslissing geen hoger beroep mogelijk is, waardoor de wraking definitief is en het proces opnieuw zal moeten worden gevoerd.

De auteurs zijn werkzaam als strafrechtadvocaat. Volgens hen heeft de wrakingskamer zich bij de toewijzing van het wrakingsverzoek van Geert Wilders op oude jurisprudentie van Hoge Raad beroepen. Als deze fout niet was gemaakt, was het proces volgende week ten einde geweest.