donderdag, juni 11, 2009

Honden die trouw zijn en bijten


Copyright foto:
Mark Kohn


De nieuwe Awater is uit en in dit mooie nummer een interview met Ester Naomi Perquin, Eva Cox en moi. Ik ben erg blij met het stuk en ook de foto's mogen er zijn. Gek gevoel om op de cover te staan van een tijdschrift, gelukkig niet alleen.

Interviewer Arjen van Veelen zond mij het word document dat ik op mijn blog kon zetten. Ik zal een stukje plaatsen om Awater niet in de wielen te rijden. Volgende week de rest.


GENRE
Driedubbelinterview

KOP
Honden die trouw zijn en bijten

ONDERKOP
Lucas Hirsch, Eva Cox en Ester Naomi Perquin over hun tweede bundel

INTRO
‘Ik denk dat er bijna niets zo gecomprimeerd en stootbestendig is als een gedicht.’ Net hun tweede bundel uit en vol geloof in de kracht van poëzie: Lucas Hirsch, Eva Cox en Ester Naomi Perquin kunnen zonder gebrul.

AUTEUR
Arjen van Veelen


Als eerste komt een man op een skateboard aangerold. Historicus. Bankemployee. Opgekrabbeld uit een depressie. Verzorger van vijf katten, waarvan drie met drie pootjes. ‘Skateboarding heeft net als poëzie met stijl te maken’, zal hij straks zeggen. ‘En met ritme, individualisme, flow.’

Hij wipt zijn plank op, loopt naar het terras en stelt zich voor. Lucas Hirsch.
Als tweede komt een vrouw op een fiets. Ex-Zeeuwse. Ex-cipier. ‘Ik hou van zorgvuldigheid, in alles’, zal ze straks zeggen. ‘Nou ja, niet in alles. Er zijn twee uitzonderingen. Vechten en vrijen.’

Ze vergrendelt haar fiets. Ester Naomi Perquin.
Als laatste komt een vrouw te voet. Ze komt uit Gent. Ex-broodverkoper, ex-theeschenker. Goedlachs. Accepteert eindelijk de luxe van l’art pour l’art. ‘Plots’, zal ze straks zeggen, ‘verzoende ik mij met het schrijven van poëzie.’ Eva Cox.
Alledrie de dichters hebben net hun tweede bundel uit. Dat is misschien de enige overeenkomst. En, o ja, ze brullen niet.

Lucas praat fel en bevlogen. Hij stelt veel vragen aan de rest. De stem van Eva is zacht. Vaak als ze iets heeft gezegd, doet ze er een lachje achteraan, waarmee ze haar uitspraken lijkt weg te wuiven. Ze is jaloers op Ester, zegt ze, die zo mooi in volzinnen spreekt. Ester is weer jaloers op Eva, die direct vanuit haar hart, zonder woorddouane praat.

Lucas Hirsch (Hilversum, 1975) presenteerde de dag voor het gesprek Tastzin. Het is een in your face-verslag van een zoektocht naar zichzelf. Hirsch was verzand in zijn leven en ook in zijn poëzie. Hij trok zich terug, trad niet meer op. Een mailtje van Yad Vashem over een ver familielid, Beatrice Hirsch (Berlijn 1921-Auschwitz 1944) trof Hirsch diep. ‘Perished’, stond er zakelijk en gedepersonaliseerd. Lucas draagt zijn bundel aan haar op. Poëzie gaf hem de mogelijkheid haar te doen herleven. En en passent krabbelt hij ook zelf weer op. Zijn poëzie is veranderd: minder taalspelletjes, meer bloot. De woede, de leegte in zijn kop, de open wonden, hij laat het allemaal zien als een dolle die zich niet meer om imago bekommert. Honden komen vaak terug, honden die trouw zijn en kunnen bijten.

‘Al tastend’, vertelt hij, ‘heb ik mezelf willen herscheppen. Ik voelde me leeg, hol, vlakgeslagen. Dacht dat ik niks waard was. Niets kon. Ik was mezelf kwijtgeraakt. Had me te veel laten leiden door de omgeving. Die burn-out is belangrijk geweest. Wat wil ik – niet wat wil mijn omgeving voor me.’

(De rest van het interview volgt spoedig, ga nu maar eerst de nieuwe Awater halen in de winkel, cheapskate!)