maandag, mei 25, 2009

Moeder, het is bijltjesdag!



Morgen is het zover, dan verschijnt de lang verwachte bloemlezing "Ik Ben een Bijl" uit handen van Erik Jan Harmens.
Hier en daar wordt er alweer flink gemokt en gemord over hetgeen Erik Jan met zijn bloemlezing probeert te bereiken, hieronder een fragment (overgenomen uit Trouw):

"...Ik wil poëzie die op geen enkele manier vrijblijvend is. Ik wil poëzie die zich aan iets committeert. Ik wil poëzie die zich op zijn minst aan zichzelf committeert.

Ik wil poëzie die klaarblijkelijk geschreven móést. Ik wil geen poëzie waarover de regisseur de schouders ophaalt. Ik wil poëzie waarvan de maker er niet eens zoveel toe doet. Ik wil geen poëzie die ertoe doet omdat ze door een vrouw is geschreven of door een vluchteling of door een autist of door een Marokkaan of door een maker van succesvolle Nederlandse films.

Ik wil poëzie die zijn maker bij momenten de vinger geeft. Ik wil poëzie die nergens op lijkt. Ik wil poëzie die niet op poëzie wil lijken. Ik wil poëzie waarvan mensen zeggen: ja hoor eens, dát is geen poëzie...."


(Voor het hele stuk klik hier).

Ik houd wel van een beetje reuring op z'n tijd. Ik ben het deels eens met de geponeerde stelling van Erik Jan. Poëzie moet iets losmaken, rammelen, bijten en schoppen. Pijn doen, behagen en vooral roeren. Het moet in z'n tijd staan en van tijdloze aard zijn.

Ik ben blij dat ik met een gedicht in de bloemlezing sta.