maandag, maart 16, 2009

Interview en fotos' van opening expositie







(Alle foto's: Jos van der Woensel).

Het zit erop! De opening in De Hallen was erg geslaagd. Fijn publiek, goede reacties en een leuke na-zit in slow world te Haarlem. De bundel ligt eindelijk in de schappen en ik moet zeggen dat ik zelf erg tevreden ben met het resultaat. Hieronder het interview dat ik donderdag j.l. heb afgegeven aan het Haarlems Dagblad. Na wat heen en weer gepingpong is het toch schappelijk geworden.


Haarlems Dagblad

14 maart 2009 zaterdag

'We zijn met teveel mensen hier'

HIGHLIGHT: Nieuwe bundel Lucas Hirsch en expositie in de Hallen te Haarlem


SAMENVATTING
Haarlem - Dichter Lucas Hirsch, sinds kort woonachtig in Haarlem, heeft zijn nieuwe bundel 'Tastzin' opgedragen aan de 22-jarige Beatrice Hirsch, een familielid dat in 1944 in Auschwitz werd vergast. Achterin deze aangrijpende verzameling gedichten schrijft hij haar een brief: 'Lieve Beatrice, ik hoop dat je het niet erg vindt, maar ik heb antwoorden nodig om mijn vaders onrust te sussen.' Vandaag wordt in de Hallen een expositie geopend over deze talentvolle kunstenaar.

VOLLEDIGE TEKST:
Hirsch' grootvader overleefde Auschwitz. Hij kwam van Polen terug naar Holland lopen. Hij sprak niet graag meer over de gruwelen, genoot van het leven, van de natuur, van zijn ademhaling. Hij dacht. 'Ik ben in de hel geweest, wat kan mij nu nog gebeuren?' De vader van Lucas daarentegen was een echt tweede-generatiekind. Lucas beschrijft in zijn bundel dat zijn vader, wanneer hij een nieuw huis betreedt, er bij de aannemer op aandringt dat er een raam in de badkamer komt, omdat die anders zo op een gaskamer lijkt. Lucas Hirsch: ,,Ik las in een e-mail van Yad Vashem zo'n zakelijk gestelde mededeling over de dood van Beatrice. Zo werd haar dood onpersoonlijk en afstandelijk gemaakt. Daarvan raakte ik behoorlijk van slag. Ik ging in die tijd veel naar literaire borrels. Complimenten over wat ik schreef, wuifde ik weg. Ik kreeg een burn-out, die met mijn werk te maken had. Dat mailtje raakte me toen diep. Ik begon me af te vragen: wie ben ik, waar kom ik vandaan? In mijn nieuwe bundel tast ik dat af. Het is een tasten in het donker geweest. Op de omslag van mijn boek staat de gang van een hotel. Allemaal dezelfde deuren. Tja en dan kun je in het donker zomaar een verkeerde kamer binnengaan.''

,,Ik kon me bij zo'n dood als van Beatrice niets voorstellen. In een veewagon gestopt, twee dagen later eruit geschopt en dan dezelfde dag nog vergast. Je duwt dat weg. Maar ik wilde dat niet. Het was erg in Duitsland. Maar vergeet Nederland niet. We leven hier in schijntolerantie. Ze zeggen wel dat Holland in het verre verleden zo goed is geweest voor de joden. Maar dat ligt toch iets anders: de joden uit Portugal mochten dan wel hier naar toe komen, maar ze moesten er wel voor betalen. En ze konden hier een synagoge bouwen, maar dan wel in een vies achterafstraatje. Ik ben afgestudeerd als Amerikanist. Als we de gelegenheid hebben, wil ik met mijn vriendin naar Amerika emigreren. Ik wil niet leven in een land waar de bijbel en de Koran straks regeren en waar verworvenheden als euthanasie en abortus straks weer worden afgeschaft. In Amerika heb je ook van die godsdienstfanaten, maar die herken je daar meteen. Ik heb het idee dat er in Amerika veel meer ruimte is voor elkaars geloofsovertuiging en gedachtengoedHier, met zo'n Rouwvoet en Balkenende, is het veel schimmiger. Ik ben een republikein. Beatrix heeft politiek gezien teveel invloed. Dat kan niet. Net zoals het niet kan dat Willem Alexander met een dochter van een fascist trouwt. Wat zou men gezegd hebben als hij een dochter van Hitler aan de haak had geslagen?''

Volgens Hirsch begint de poëzie in Nederland weer echt te leven: ,,Maar met het opkomende populisme is het alsof je je er bijna voor moet schamen dat je een intellectueel bent. Mensen verbazen zich er soms over dat ik gedichten schrijf. Dat is iets voor melodramatische, romantische mannen die zielig op een zolderkamertje zitten te kniezen. Maar ik ben er trots op. In de poëzie in Haarlem heerst een kliekjesgeest. Bij de verkiezing voor het stadsdichterschap viel het me op dat dichters, die goede papieren in handen hadden, zoals Bas Belleman en ik, werden genegeerd. Het ging mij alleen maar om het idee genomineerd te worden. Ik hoef niet zo nodig stadsdichter te worden. Verder is het vreemd dat George Moormann dan op zijn eigen houtje Amsterdammers als Menno Wigman en Jan Kal nomineert. Dat verwijt ik de wethouder van cultuur.''

Hirsch weert het dagelijkse wel en wee niet uit zijn poëzie. ,,Laatst werd ik gebeld door de dierenarts. Of ik een jong katje dat een pootje miste in huis wilde nemen. De eigenaar wilde het laten afmaken. Hij moest de volgende dag met vakantie en het was wat lastig zo. Hij zei tegen de dierenarts: 'Als £ het niet doet, doe ik het zelf wel. Dan verzuip ik het in de badkuip.' Waar zijn kinderen bij stonden. Die verharding zie ik steeds meer om mij heen. Als je vraagt of iemand zijn auto niet op de stoep wil parkeren, kun je op de vuist. We zijn met teveel mensen in dit land. Ik heb een tijd in Boston gewoond. Daar voelde ik mij toch relaxter.''

,,Mijn geliefdste voorwerp is mijn nieuwe bundel. Afgelopen zaterdag lag hij op de mat. Een heerlijk gevoel. Er valt een loden last van je af. De bundel was al een tijdje klaar en dan duurt het lang, hoor, voor hij wordt gepubliceerd. Ze hebben er nog extra vaart achter gezet bij De Arbeiderspers omdat vandaag de tentoonstelling over mijn werk in de Hallen begint. Ik las een en ander nog eens over en dacht: het is af, het is rond en klaar, ik ben uit mijn depressie en dit is het resultaat van mijn zoektocht. In de Hallen is een video te zien, die is geïnspireerd op mijn gedichtencyclus paarzang. Ik onderzoek daarin wat mannelijkheid is. Is een dichter niet mannelijk omdat hij gedichten schrijft? Onzin natuurlijk, dat wordt gezegd door mensen die dichters als Baudelaire, Rimbaud en Dylan Thomas niet kennen. Wat die voor een leven hebben geleid! Maar gedichten schrijven blijft voor de meesten iets weeks hebben. Ik heb wel workshops op middelbare scholen gegeven. De leerlingen daar stonden raar op hun neus te kijken toen ze mijn tatoeages zagen. Dat doen dichters toch niet!''

,,Er komt op dit ogenblik een sterke dichtergeneratie naar voren. Dichters als Erik Jan Harmens, Ramsey Nasr, Mustafa Stitou, Alfred Schaffer, Bas Belleman. Ik hoor nergens bij maar kan mij wel goed vinden in hun poëzie. Dichters die het helse lawaai van de maatschappij niet weren uit hun poëzie en daarover met betrokkenheid schrijven. Een andere generatie dan die van Adriaan Roland Holst, die met zwakkige, gedragen stem nog wel op oude opnamen is te horen, compleet met zijn wat bekakte uitspraak. Ik heb een vergelijkende studie geschreven over de Vijftigers en de Beat Generation, die poëzie schreven waarin de hartslag van het leven is te horen. Laatst las ik een interview met Hafid Bouazza. Hij is uit het diepe dal van de verslaving gekropen. Ik heb daar respect voor. Ik heb er ook geen moeite mee dat mensen daarover schrijven. Het hoort bij de maatschappij.''

,,Ik heb een full-time baan bij de ABN-Amro. Ik ben veiligheids-analist en adviseur en ben gespecialiseerd in Rusland en het Midden-Oosten. Interessant werk. Ik moet er niet aan denken dat ik de hele dag met het dichterschap bezig zou zijn. Dan komt er niets meer uit. Maar een hobby? Nee, zo kun je dat zeker niet noemen! Het is een deel van wie ik ben, een deel van mijn leven.''

De bundel van Lucas Hirsch is een streling voor het oog. ,,Mijn vriendin maakte in een hotel de foto die uiteindelijk voor de cover is gebruikt. Al vanaf het moment dat ik die foto zag, stond dat vast.'' En inderdaad, het is een intrigerende plaat met dat vreemde schijnsel van de lampen. De gang leidt als een sleuf naar het daglicht.