donderdag, december 18, 2008

Geen andere groep klinkt als Tindersticks

Haarlems Dagblad

17 december 2008 woensdag

Geen andere groep klinkt als Tindersticks


Het meest bijzondere moment van het concert van Tindersticks, afgelopen maandag in de Philharmonie, was toen de groep ongeveer halverwege het optreden het nummer '16 Summers, 15 Falls' speelde. Omdat het aanmerkelijk steviger was dan het merendeel van het repertoire. Omdat het nog op geen van de officiële Tindersticks-platen staat. Maar vooral omdat het een liedje van de twaalf jaar geleden overleden Texaanse cowboy Townes Van Zandt is, dat je in de versie van de Engelse groep helemaal niet meer als Amerikaanse song herkent. Het onderstreept hoe karakteristiek het 'Tindersticks-geluid' is.

De Philharmonie was vrijwel volgelopen voor het concert van het kamerpopensemble rond de poëtisch murmelende gentleman-zanger Stuart Staples. Mooi voor Haarlem en voor de Haarlemse popmuziekliefhebbers, want afgezien van Elbow in november zijn het op popgebied toch vooral de Nederlandse middle-of-the-road acts die routine-pirouetjes draaiend de Haarlemse muziekzalen vullen. Tindersticks is een groep die ook inhoudelijk meetelt.

Het gezelschap onderscheidde zich al vanaf hun allereerste album, uit 1993, door een muzikaal geluid dat radicaal afweek van de Britpop-meezingers die in die tijd in zwang waren. Stuart Staples en dezijnen richtten het gehoor en de blik liever op de continentaal Europese traditie. In de late jaren negentig was de muziek van Tindersticks volgroeid tot een volstrekt oorspronkelijke mix van soul en chanson, gedragen door strijkers, vibrafoon, piano en Staples' imago van een soort verwaaid somberende Bryan Ferry. De afgelopen jaren was het stiller rond de groep. Staples maakte twee soloalbums en stond in mei 2006 ook al op het Roots of Heaven-festival het Patronaat. Menigeen dacht dat Tindersticks definitief uiteen was. Maar eerder dit jaar verscheen het sterke nieuwe album 'The Hungry Saw', waarop de groep in feite alle uitgeprobeerde varianten bijeen veegt en meer dan ooit 'Tindersticks' klinkt.

Het concert in de Philharmonie is ook helemaal rond dat album opgebouwd, met halverwege nog een handvol oudere stukken. Ditmaal geen dozijn strijkers op het podium, zoals enkele jaren geleden. Het basisvijftal laat zich bijstaan door één 'multi-blazer' die met vrijwel alles van trompet tot baritonsax uit de voeten kan en een cellist die er in slaagt uit zijn instrument een compleet strijkkwartet te halen.

Het geluid in de grote Philharmoniezaal is mooi uitgebalanceerd en de groep balanceert bij vlagen op de rand van de kitsch, zoals in 'All the Love', als het hele podium in een bordeelrood licht gezet wordt. Daar staan echter indrukwekkende momenten tegenover, zoals 'Boobar come back to me', het mooiste nummer van de nieuwe plaat, dat handelt over het verliezen van de onschuld. Eigenlijk doet Tindersticks wat het al ruim vijftien jaar doet. 'Mannen-van-rijpere-leeftijd' popmuziek spelen. En de groep komt er moeiteloos mee weg, om de simpele reden dat het volstrekt uniek is. Geen andere groep klinkt als Tindersticks.

Peter Bruyn