maandag, mei 05, 2008

'Kleine Revolutie' een verfrissend initiatief

Haarlems Dagblad

3 mei 2008 zaterdag

'Kleine Revolutie' een verfrissend initiatief

'Leesdichters' versus 'luisterdichters' in Patronaat

Haarlem - 'Een Kleine Revolutie', het poëzie en singer-songwriter festival dat donderdag in het Patronaatcafé plaatsvond, leerde twee dingen. Of misschien moet je wel zeggen: bevestigde twee dingen. In de eerste plaats zijn het vooral dames die op dichters afkomen. Nauwkeuriger gezegd: niet meer zo piepjonge meisjes. En ten tweede is er een essentieel verschil tussen dichters die je moet lezen en dichters die het best tot hun recht komen op een podium.

Het uitgangspunt van de Haarlemse organisator - en zelf ook dichter - Lucas Hirsch is uitdagend: koppel zes dichters aan evenzoveel singer-songwriters. Geef ieder duo een half uur samen op het podium en kijk hoe het klikt. Daarbij steekt Hirsch ook zijn nek uit wat de selectie van de dichters betreft: geen geijkte publiekstrekkers van het ka-liber Deelder of Komrij, maar evenmin de voor de hand liggende plaatselijke amateurs die steevast hun familie en vrienden meenemen.

In plaats daarvan programmeert hij wat hijzelf 'professionals' noemt, al moet je dat in dit geval niet letterlijk nemen. Met poëzie valt geen droog brood, zelfs geen verschimmeld korstje, te verdienen. Niet voor niets zong Guy Clark - een van de godfathers van het Texaanse singer-songwriters gilde - reeds eind jaren negentig de klassieke regels: 'Ain't no money in poetry. That's what sets the poet free.' Hirsch bedoelt dan ook dichters die hun werk uitbrengen via gerenom-meerde uitgeverijen. Kwaliteit, maar daarmee nog niet bij voorbaat publieksmagneten.

De enkele tientallen liefhebbers die toch de weg naar het Patronaatcafé hadden gevonden, bleken echter gemo-tiveerd genoeg om zes maal een half uur hun mond te houden en te luisteren. De dichters op hun beurt verschilden wat aanpak en podiumtalent betrof. Sommigen lazen gewoon voor, zonder meer, zoals de Haarlemmer Bas Belleman, de Hagenaar Maurice Buehler en de met de meeste prijzen gelauwerde van het stel, Alfred Schaffer. Mooie woorden. Knappe zinsconstructies, vernuftige taalvondsten. Toch kun je hun poëzie waarschijnlijk beter lezen dan beluisteren. In het laatste geval verschuift de aandacht namelijk onnodig naar hun nervositeit, een opmerkelijke tongval of wat on-natuurlijke intonatie.

Ook de Haarlemse Sylvia Hubers maakt niet bepaald theater van haar presentatie, maar haar poëzie is zo aan-genaam transparant dat het ook bij de meest kale voordracht impact heeft. Groninger Daniël Dee heeft daarentegen nadrukkelijk aandacht voor zijn 'performance' en plaatst zich daarmee in een oude traditie van dichters als Johnny van Doorn, Jules Deelder, Hans Plomp en uiteraard Vinkenoog - al is Dees onderwerp- en woordkeuze aanmerkelijk eenen-twintigste eeuwser. Hetzelfde geldt voor Dordtenaar Peter M. van der Linden, die zich met contrabassist Boris Oud aan zijn zijde de meest overtuigende podiumpersoonlijkheid van de avond toont.

Over de singer-songwriters kunnen we korter zijn. Soms tokkelen ze wat ondersteunend mee met de dichters, maar ze zijn stuk voor stuk toch van een ander niveau. Beslist niet slecht, maar onopvallend. Hun platenlabels zijn ook aan-zienlijk minder 'gerenommeerd' dan de uitgeverijen van de dichters aan hun zijde. Dat doet echter niets af aan het ver-frissende karakter van het festival als geheel. Het vult een open plek naast de handvol andere poëzie-initiatieven die de stad rijk is. Dat is van alle tijden, want ook een kwart eeuw geleden had je in Haarlem reeds de Literaire Instuif van Yvonne Koldewijn naast Rauwkost van Bart Brey en Groep '82 rond George Moormann. En over de laatste gesproken: De stadsdichter liet donderdag zijn gezicht niet zien op het festival in het Patronaat. Dat zou een 'Grote Revolutie' ge-weest zijn.

Copyright 2008 HDC Media B.V. / Haarlems Dagblad
All Rights Reserved