donderdag, mei 08, 2008

Buddingh-leed

De Buddingh-nominaties zijn weer bekend gemaakt. Ik was toch ietwat verrast door de keuze van de jury, maar dat ben ik ieder jaar, ook de winnaars van de laatste twee jaren hebben bij mij een tweetal wenkbrauwen doen fronsen. De tweede bundel van Willem Thies ‘Na de vlakte’ vond ik netzo zwak als de eerst bundel ‘Toendra’ (die de Buddingh won waar Thomas Möhlmann eigenlijk had moeten winnen). Je zou verwachten dat Buddingh-winnaar Thies met een steengoed tweede werkje op de proppen zou komen, maar helaas. Wel schrijft Thies sinds een aantal maanden zeer sterke en goed leesbare recensies, die ik met zeer veel plezier lees. Keep up the good work.

Ik mis dit jaar een aantal bundels (naar gelieve in te wisselen met de genomineerden). Zo had ik eigenlijk wel verwacht dat Annemieke Gerrist met de bundel ‘Waar is een huis’, Xavier Roelens met ‘er is een spookrijder gesignaleerd’ en ‘Papaver’ van Sasja Janssen in het rijtje voor zouden komen. Maar goed, wie ben ik. Ik heb drie van de vier genomineerden gelezen en ben eigenlijk alleen maar enthousiast te krijgen voor de bundel van Arnoud van Adrichem.
(Peter Swanborn met de bundel 'Bij het zien van zijn lichaam' moet ik nog lezen).

Ik vind de bundels van Fagel en Van den Akker erg mat, weinig inspirerend en laf. En dan bedoel ik met laf dat het allemaal maar voortkabbelt, nergens verrassend is en vooral erg braaf, zeer braaf. In de laatste Poëziekrant staat een uiterst vermakelijke recensie van Philip Hoorne over de bundel van Fagel. Fagel reageerde op zijn blog een beetje kinderachtig op deze recensie. Fagel wist te melden dat hij wel had verwacht dat Hoorne zo zou recenseren omdat Fagel op zijn beurt ooit een recensie had geschreven over Hoorne die niet al te positief was.
Enfin lieve kijkbuiskindertjes, de pot verwijt de ketel…. etc. Ik zou zeggen; Take it like a man, Fagel, niet iedereen is en hoeft lovend over je bundel te zijn.

Misschien is het leuk om even te vermelden dat Fagel en Van den Akker allebei op regelmatige basis iets te melden hebben over de stand van zaken in de Nederlandse poëzie. Dat doen ze naar mijn mening vrij aardig, maar maakt het ze dan ook goede dichters? Ik betwijfel het, laten we de tweede bundel afwachten voordat ik overhaaste en onjuiste conclusies trek.

Ik hoop dan ook dat de jury van de Buddingh in al haar wijsheid de bundel van Arnoud van Adrichem tot winnaar zal maken. ‘Vis’ is een zeer interessante en ook erg opvallende bundel waar ik erg vrolijk en positief gestemd van raak. Het is frisse, gedurfde en vooral verrassende poezie, jury doe je plicht en laat Van Adrichem winnen, de Buddingh-prijs heeft het weer eens een winnaar nodig die oprecht het beste debuut van het jaar is. Dus hup!

De jury van de C. Buddingh’-prijs 2008 − bestaande uit de dichter Paul Bogaert, Monique Warnier van De Wintertuin en schrijver Willem Jan Otten – heeft vier bundels gekozen tot beste poëziedebuten die tussen 1 april 2007 en 31 maart 2008 zijn verschenen.

De bundels genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2008 zijn:

• Arnoud van Adrichem – Vis, Uitgeverij Contact
• Wiljan van den Akker – De afstand, Uitgeverij De Arbeiderspers
• Edwin Fagel – Uw afwezigheid, Nieuw Amsterdam Uitgevers
• Peter Swanborn – Bij het zien van zijn lichaam, BnM Uitgevers