dinsdag, april 29, 2008

Elders in de Wereld

Ingmar Heytze heeft een nieuwe bundel geschreven die ik deze morgen in de trein heb gelezen. Ik heb ooit eens geroepen dat er een bepaalde stijl van schrijven uit Utrecht afkomstig is die ik ook wel Small Talk of Parlando Poëzie placht te noemen. Over het algemeen gaat het om goed toegankelijke, luchtige, soms grappig bedoelde gedichten, die het goed doen op de podia. Onder deze groep uit Utrecht afkomstige dichters schaar ik o.a. Ruben van Gogh, Ingmar Heytze, Tjitske Jansen, Vrouwkje Tuinman, Hagar Peeters en sinds een aantal jaren ook Alexis de Roode. (Stuk voor stuk zeer getalenteerde dichters, maar niet altijd my cup of tea).

Wat vond ik van de bundel? Eigenlijk netzo wisselend van kwaliteit als de nummers op mijn I-Pod Shuffle. Zo luisterde ik deze morgen naar Nirvana, Pearl Jam, The Dropkick Murphys, Radiohead, The Smiths en Joy Division. Er stonden een aantal typische Small Talk gedichten in die ik erg flauw en vooral vervelend vond. Zo ging het over Madurodam, een haai en nog wat totaal niet interessante zaken. MAARRRRRRRR!! (Zou F. Starik zeggen). Er stonden ook hele, hele, hele, hele mooie gedichten in, zoals deze:

U-96

Opeens verlang ik hevig naar je stem. Ik bel je op,
voor je iets zegt druk ik je weg, ik ben vergeten
wat ik wil. ’s Nachts lekt de stilte uit mijn oren
en hoor ik de vreemdste dingen in de verte,

aan de grenzen van mijn waarnemingsvermogen.
De dokter zegt dat het mijn eigen lichaam is, het kolken
van mijn bloed, het ruisen van mijn denken, het trage,
trouwe bonken van de onderzeeboot in mijn borst.

Ik weet het niet. Af en toe is er een lach, een lied
waarvan ik hou, een ademhaling als de jouwe –
dan laad ik de torpedo’s, zet de motor af, blijf angstig
drijven in een zee van zweet, hijgend, radeloos.

Telkens is het loos alarm, maar soms verlang ik hevig –


Ingmar Heytze

Waarom vind ik dit een goed gedicht? Nou omdat ik het er erg benauwd van kreeg, een brok van in mijn keel en een joepie-dit-is-een-goed-gedicht-gevoel. Meneer Heytze krijgt voor dit gedicht alleen al een dikke, dikke pluim en als ik in de toekomst een favoriet gedicht zou moeten noemen, zal ik o.a. dit gedicht opperen.