vrijdag, augustus 01, 2014

Engagement in de literatuur

Er woedt de laatste weken een discussie op het wereld wijde web over de afwezigheid van engagement in de Nederlandse literatuur. De artikelen van o.a. Anton Dautzenberg en Daan Stoffelsen zijn hier en hier te lezen. Wat mij opviel is dat er nergens gerept werd over engagement in de poëzie. De laatste 60 jaar is er heel wat geëngageerde poëzie geschreven. Wat dacht u van Lucebert's 'Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia' of het meer recentelijke gedicht 'Geweigerde Gospel' van Erik Jan Harmens dat nota bene voor veel commotie zorgde. Ik noem nu voor het gemak een tweetal dichters, maar er zijn er zeker meer die zich 'geëngageerd' uitlaten middels poëzie. Waarom wordt dit nergens aangehaald? Is de poëzie uit het literaire veld gegleden? Hoe kan je een discussie voeren over literatuur en de poëzie negeren? Zou het kunnen zijn dat de 'kenners' van de Nederlandse literatuur niet op de hoogte zijn van wat er zich afspeelt (of niet afspeelt, zie interview) in poëzieland en zich te veel richten op hedendaags proza? Ook zie ik zelden tot nooit een artikel over Nederlandse literatuur waarin poëzie en proza naast elkaar behandeld worden. Dat bijvoorbeeld een roman van X vergeleken wordt met een dichtbundel van Y of sterker nog, met een werk van beeldend kunstenaar Z. Maar dan verlaat ik het hokje 'literatuur'. Dat wordt wellicht te ingewikkeld. Ik houd het bij de literatuur.

De bovengenoemde heren gooien een balletje op en veroorzaken een goede discussie onder prozaïsten en kenners die ik in poëzieland nog niet heb kunnen ontdekken. Ik hoop dat de discussie breder getrokken gaat worden en dat de poëzie er deel van uit gaat maken.      

Begin 2013 werd ik door Remco Ekkers voor De Poëziekrant geïnterviewd over mijn laatste bundel Dolhuis en het onderwerp 'engagement in de literatuur' kwam ook even ter sprake. Ik zei er het volgende over (hele interview is hier te lezen):

‘In het huidige literaire en poëtische klimaat is engagement een vies woord’? Dat vroeg ik me af. Is dat nog zo? 

Het gekke is dat het engagement het laatste aantal maanden of het laatste jaar steeds meer terugkomt, maar het is toch lang ‘not done’ geweest. Er wordt nog wel lacherig over gedaan. 

Dan praat je over tien jaar geleden of nog langer. Ik kan zo allerlei dichters noemen die geëngageerd schrijven: H. ter Balkt, Robert Anker, Anne Vegter, Astrid Lampe, Joost Zwagerman, Ramsey Nasr, Erik Jan Harmens, Tsead Bruinja, Willem Thies. 

‘Engagement’ is een beladen woord. ‘Engagement’ komt van het Franse woord “engager”, het heeft verschillende betekenissen, maar “het committeren aan”, en aangaan van een strijd staat voor mij centraal. Ga het gevecht aan met jezelf, met je omgeving en jouw positie in die omgeving, wat doet het gevoelsmatig met je en accepteer jezelf daarin, berust, maar observeer en becommentarieer. Engagement zoals we het kennen uit de jaren ’70 is politiek gedreven. Dat is mijn werk niet. Ik probeer niet vanuit een persoonlijk politieke overtuiging te schrijven. De bundel eindigt met de opmerking: dichters, ga nou eens te rade bij je zelf of wat jij maakt voor jou menens is. Ga je tot het gaatje? Ben je één op één? Verbloem je dingen nog? Is je werk urgent of niet? Wat ben je eigenlijk aan het doen? 

Maar daaraan moet toch alle goede poëzie in alle tijden voldoen? 

Ja, maar het gebeurt te weinig. Naar mijn idee. Ik vind dat er te veel... 

gebabbeld wordt. 

Ja. En de de hele ‘laissez faire’ die nu heerst; laat duizend bloemen bloeien. Ik heb het idee dat de mooie bloemenweide verworden is tot een moeras waar we allemaal in weggezakt zijn en niet durven te bewegen. 

Dat is een beetje modieuze stelling. De tijd van de poëzie-scholen, Vijftig, Zestig, Zeventig is inderdaad voorbij. De Maximalen deden nog een poging, maar dat viel al snel uit elkaar. Er was weerstand tegen de zogenaamde hermetische of witte poëzie. 

Het pamflet van Erik Jan: ‘ik ben een bijl’ doet een duidelijke oproep: poëzie moet schuren, moet pijn doen. 

Alsof dat iets nieuws is na Paul van Ostaijen, Lucebert, Claus, Ter Balkt. 

Het gaat er niet om of het nieuw is of niet, maar of de intentie waaruit het geschreven oprecht is en echt. Daarin moet je de vraag durven stellen of het wel urgentie heeft wat je schrijft. Is dit wel echt wat ik voel en zie? En hoe ver ben je bereid te gaan om af te dalen in jezelf en te tonen wat je diep vanbinnen delft en naar de oppervlakte laat komen. In hoeverre put je jezelf uit? Ga je tot de grens of er net over? Ik lees veel gedichten waarvan ik denk: ja, er zit nog een veel diepere laag onder. Ik lees die pijn wel, maar ik voel hem niet. 

zaterdag, juli 26, 2014

Fabricage 2. On the Road. Een ode aan de Beat Generation & reizen



Op zondag 21 september zal stichting Kleine Revolutie Producties de 2e editie van Fabricage presenteren. Wederom in de geweldige De Lichtfabriekte Haarlem. Thema: On the Road: een ode aan De Beat Generation & reizen. We hebben dichters, schrijvers, een reisjournaliste, een beeldend kunstenaar, een autobiograaf, een fotograaf en muziek! Met Auke HulstEJ HarmensVoortuinJeroen Ligter (Giant Tiger Hooch), Joshua BaumgartenJohn SchoorlJoep Bremmers, Jan, Heijer, Marco Bakker en Iris Hannema. De presentatie van deze middag zal in handen zijn van Joubert Pignon & Lucas Hirsch. Dus wakker uw reislust aan en kom kijken & luisteren! Be there or be square! Info volgt spoedig.


woensdag, juli 23, 2014

MH17 gedicht

Welterusten meneer de president

Met mijn glibberige olievingers
het nummer van het beest gebeld

Met mijn glibberige olievingers
het patroon van waanzin uitgelegd

Met mijn glibberige olievingers
aan de knoppen van verdriet gezeten

Met mijn glibberige olievingers
de tranen voor de doden bevlekt

Met mijn glibberige olievingers
naar de dijk gewezen

Met mijn glibberige olievingers
niet de gaten kunnen dichten 

Met mijn glibberige olievingers
het kussen waarop ik slaap besmeurd



Lucas Hirsch


zondag, juli 13, 2014

Retoriek van een buitenstaander

Gedicht voor de mokkende, vechtende en stampvoetende kinderen van Abraham in Israël en Palestina, grow up en laat je God erbuiten!

Retoriek van een buitenstaander

Even een gebbetje
Vanochtend gehoord op lijn 51 naar Amstelveen
Hoe noem je een jood met een gasfles op zijn rug?
Een doe-het-zelver

Een dag niet gelachen is een dag niet geleefd

Volgens de grondwet mag je zeggen wat je wilt
Alsof die joden in Israël van die lekkere jongens zijn


Lucas Hirsch

*Uit Dolhuis, Uitgeverij De Arbeiderspers, 2012

 

zondag, juni 22, 2014

Optredens

5 juli - Opening expositie Universum Achterhoek 'De Passages'
30 juli - Parksessies
17 augustus - Lowlands
06 september Lucebert Festival Naarden-Vesting
14 september - Boekhandel Athenaeum Haarlem
9 oktober - Poëziecentrum Gent
17 oktober - Perdu Amsterdam

dinsdag, juni 03, 2014

Hallo bezoeker van de UvA

Beste bezoeker(s) van de UvA,

Ik heb gemerkt dat u de laatste dagen (op het neurotische af) om de vijf minuten dit blog bezoekt. Ik heb geen flauw idee waar ik uw bezoekje(s) aan te danken heb, maar ik ben wel benieuwd. Drop me even een email met de reden, dan hebben we dat ook weer gehad.

Mvg

Lucas Hirsch

maandag, mei 05, 2014

Brief aan Beatrice/Letter to Beatrice - 4 mei gedicht/4th of May poem

Brief aan Beatrice

Lieve Beatrice, ik las net dat je 22 was. Ik ben nu 33. Je zou nu 87 zijn, een mooie leeftijd en vader niet in lichterlaaie. Mijn oom, die je nooit hebt leren kennen, verwees me naar je bestaan, vandaar dit schrijven. We zijn een zoektocht begonnen.

We stuitten daarbij op een woord dat rond mijn hoofd blijft zingen, me opjaagt als ik met mijn ogen dicht bedenk hoe die bewuste dag eruit heeft moeten zien. We lezen de papieren. Dat is tot wat je bent verworden. Een aantal data. Een naam en het woord dat bijt; Perished. Transport 32 from Drancy to Auschwitz on 14/09/1942. Voor mij is het een nette manier om te zeggen dat je dood bent en ik het onmogelijk acht me in je te verplaatsen.

Beatrice, ik hoop dat je het niet erg vindt, maar ik heb antwoorden nodig om mijn vaders onrust te sussen. Ik had je de vragen liever persoonlijk gesteld. Wat voor weer was het die september dag? We hebben hier al jaren een warme nazomer, je zou van een Indian Summer kunnen spreken, ben je ooit in de VS geweest? Mijn vader is net terug uit Berlijn, hij heeft er je ouderlijk huis bezocht. Ik schreef het volgende gedicht:

Oorlogsas een kleine emotie als het om een stad draait. Als het om je vader die ondanks zijn angsten afreisde om zijn wereld te verkleinen, is het een ronde zoals men weet. We treffen elkaar spoedig. Er hingen posters van neonazi’s in de stad mijn vader spande zijn lichaam alsof hij herbeleefde, hij is van vijftig en zit gevangen in zijn vader. Vader voedt zich met een eigen gemaakt manifest, het openbaart zich als een dolle hond. Laten we het een generatieverschil noemen stelt vader voor. Ik noem het verkeerde trek, het schuim staat immers op de kaken. Eenmaal thuis wordt de vertaalslag gemaakt, althans, dat was de afspraak terwijl vader zichzelf dreigt te worden in een ander lichaam, is het de leeftijd van gestorven familieleden die hem aan blijft trekken. In het nieuw te bouwen huis wenst vader een raam in de badkamer, vanwege gas, hulp is op z’n plaats, alleen vindt vader geen vluchtweg.

Zo heb ik de mogelijkheid je te overdenken, je te doen herleven. Ik had je graag tegen mijn vader horen zeggen; “Het is goed zo.” De volgende ochtend zou het herfst zijn en lang warm tot in de avond.


Lucas Hirsch - Gedicht afkomstig uit Tastzin, Uitgeverij De Arbeiderspers 2009


Letter to Beatrice

Dear Beatrice, I just read that you were 22. I am now 33. You would have been 87 now, a nice age and father not in a blaze. My uncle, whom you never got to meet, made me aware of your existence, that’s why I’m writing to you. We started on a quest.

Along the way we came across a word that keeps ringing in my head, drives me on when, eyes closed, I imagine what that fateful day must have been like. We read the documents. That is what is left of you. Some data. A name and that stinging word: Perished. Transport 32 from Drancy to Auschwitz on 09/14/1942. This, to me, is a polite way of saying you’re dead and I find it impossible to put myself in your shoes.

Beatrice, I hope that you don’t mind, but I need answers to soothe my father’s anxiety. I would much rather have asked you these questions personally. What was the weather like that September day? We have had a warm late summer here for years, an Indian Summer you could say, did you ever go to the US? My father has just got back from Berlin, he visited your parental home. I wrote the following poem:

Ashes of war a little emotion when it revolves around a city. When it’s about your father who despite his fears set off to reduce the world in size, then it comes full circle, as they say.
We’ll meet again soon. There were posters of neo-nazi’s in the city father tensed his body as if he re-experienced – born in fifty he is trapped inside his father. Father feeds himself with a memorized manifesto, it reveals itself as a rabid dog. Let’s call it a generation gap as father suggests. I call it the wrong appetite, foaming at the mouth, after all.

Once home the conversion is made, at least, that was the deal while father’s in danger
of becoming himself in a different body; it is the age of deceased family members
that keeps drawing him in. In the house to be newly built father wishes a window in the bathroom, because of gas; help is appropriate, only father can’t find an escape route.

This gives me the opportunity to reflect on you, to bring you back to life. I would have loved to hear you tell my father: ‘It’s alright now.’ It would be autumn the next morning and warm till late that evening.


Lucas Hirsch - Poem taken from Tastzin, Uitgeverij De Arbeiderspers 2009